De herfst is het mooiste seizoen voor de wielrenner — maar ook het meest wisselvallige. Dit is hoe je je kledingkeuze aanpast aan het Nederlandse herfstweer.
In de herfst werk je altijd met laagjes. De combinatie baselayer + fietsshirt + armstukken/gilet dekt de meeste herfstdagen. Voeg beenstukken of een lange broek toe voor het onderlichaam.
Regen is in de herfst geen uitzondering maar de norm. Een lichtgewicht waterafstotend jack of gilet in de achterzak is geen overbodige luxe — het is standaarduitrusting.
September — Overgangsmaand. Ochtenden koel (10–14°C), middagen aangenaam (16–20°C). Armstukken mee, gilet in de zak.
Oktober — Merkbaar koeler. Gemiddeld 8–14°C. Beenstukken worden standaard. Jack begint de voorkeur te krijgen boven gilet.
November — Winterkit in zicht. Onder de 10°C zijn handschoenen, overschoenen en een lange broek geen keuze maar noodzaak.
Laagjes zijn key in de herfst. Baselayer, fietsshirt, armstukken en beenstukken vormen de standaardkit. Voeg een gilet of jack toe bij wind of regen.
Plan voor wisselende omstandigheden. Begin iets warmer dan je denkt nodig te hebben. Gilet en armstukken in de achterzak voor de terugweg.