De uitdaging: 10 graden verschil binnen één rit.
Lenteweer is het meest onvoorspelbare van het jaar. Je vertrekt om 9 uur bij 9°C en komt om 12 uur terug bij 18°C. Kleed je je op de ochtend, dan smelt je 's middags. Kleed je je op de middag, dan begin je te koud.
De oplossing is niet één perfect kledingstuk, maar een set lagen die je onderweg kunt uittrekken en opbergen. Armstukken, beenstukken en een gilet zijn in de lente je beste vrienden: ze gaan makkelijk aan en uit en passen samen in één achterzak.
Wat je aantrekt bij 8 – 18°C.
Wat je aanpast per temperatuur.
| Temperatuur | Aanpassing t.o.v. basiskit |
|---|---|
| 8 – 11°C | Baselayer onder het shirt, armstukken en beenstukken aan, dunne handschoenen. Gilet aan bij vertrek. |
| 11 – 15°C | Fietsshirt met armstukken, beenstukken meenemen. Gilet in de achterzak. |
| 15 – 18°C | Kort-kort. Armstukken en gilet mee voor de vroege kilte of een onverwachte bui. |
| Buien op komst | Wissel het gilet voor een licht regenjack. Kies bibtights of lange broek in plaats van beenstukken. |
Altijd iets waterafstotends mee.
Lentebuien komen onverwacht en trekken vaak net zo snel weer over. Het verschil tussen een leuke rit en een ellendige zit in één klein kledingstuk: een opvouwbaar wind- of regenjack in de achterzak. Het weegt vrijwel niets en je hebt het altijd bij je.
Gebruik de tool op de homepage voor een advies op maat: het houdt rekening met de verwachte neerslag en windrichting onderweg, precies wat je in het grillige lenteweer nodig hebt.