Seizoen · Maart – Mei

Lentekleding wielrennen: omgaan met wisselvallig weer.

De lente is het seizoen van meeneembare lagen. Je vertrekt in de kou en komt warm terug. Wie slim inpakt, met armstukken, beenstukken en een gilet in de achterzak, rijdt de hele lente comfortabel.

8 – 18°C Lenterange Mrt – Mei

De uitdaging: 10 graden verschil binnen één rit.

Lenteweer is het meest onvoorspelbare van het jaar. Je vertrekt om 9 uur bij 9°C en komt om 12 uur terug bij 18°C. Kleed je je op de ochtend, dan smelt je 's middags. Kleed je je op de middag, dan begin je te koud.

De oplossing is niet één perfect kledingstuk, maar een set lagen die je onderweg kunt uittrekken en opbergen. Armstukken, beenstukken en een gilet zijn in de lente je beste vrienden: ze gaan makkelijk aan en uit en passen samen in één achterzak.

Start iets te koud, niet te warm. In de eerste tien minuten warmt je lichaam op. Vertrek je al te warm gekleed, dan zweet je meteen, en nat zweet koelt je af zodra je stopt of afdaalt.

Wat je aantrekt bij 8 – 18°C.

Bovenlichaam
Fietsshirt korte mouwen + armstukken
Een fietsshirt met korte mouwen als basis, armstukken erover. Warmt het op, dan schuif je de armstukken af en stop je ze in de achterzak. Bij een koude start (onder 10°C) draag je er een dunne baselayer onder.
Achterzak
Gilet of opvouwbaar windjack
Het belangrijkste lente-item. Een gilet breekt tegenwind op koude ochtenden en afdalingen, en verdwijnt daarna in de achterzak. Bij kans op buien vervang je het door een licht regenjack.
Onderlichaam
Bib short + beenstukken
Bib short met beenstukken erover. Onder 12°C houd je ze aan, boven 15°C gaan ze uit en de achterzak in. Bij een koude, natte lentedag kies je voor een lange fietsbroek of bibtights.
Accessoires
Dunne handschoenen + haarband
Dunne fietshandschoenen bij een start onder 14°C. Een haarband over de oren houdt je warm op frisse ochtenden en past onder de helm. Beide gaan makkelijk in de achterzak als het opwarmt.

Wat je aanpast per temperatuur.

TemperatuurAanpassing t.o.v. basiskit
8 – 11°CBaselayer onder het shirt, armstukken en beenstukken aan, dunne handschoenen. Gilet aan bij vertrek.
11 – 15°CFietsshirt met armstukken, beenstukken meenemen. Gilet in de achterzak.
15 – 18°CKort-kort. Armstukken en gilet mee voor de vroege kilte of een onverwachte bui.
Buien op komstWissel het gilet voor een licht regenjack. Kies bibtights of lange broek in plaats van beenstukken.

Altijd iets waterafstotends mee.

Lentebuien komen onverwacht en trekken vaak net zo snel weer over. Het verschil tussen een leuke rit en een ellendige zit in één klein kledingstuk: een opvouwbaar wind- of regenjack in de achterzak. Het weegt vrijwel niets en je hebt het altijd bij je.

Natte kleding isoleert niet meer. Word je nat en zakt de temperatuur, dan koel je snel af. Een waterafstotende laag houdt niet alleen de regen buiten, maar ook je lichaamswarmte binnen.

Gebruik de tool op de homepage voor een advies op maat: het houdt rekening met de verwachte neerslag en windrichting onderweg, precies wat je in het grillige lenteweer nodig hebt.

Veelgestelde vragen

Snel antwoord.

Wat trek je aan bij fietsen in de lente?

In de lente draag je lagen die je onderweg kunt aanpassen: een fietsshirt met armstukken, een gilet in de achterzak en beenstukken die je kunt uittrekken als het opwarmt. De sleutel is niet één kledingstuk, maar een combinatie die meebeweegt met de temperatuur die overdag flink kan oplopen.

Waarom is lenteweer zo lastig om je op te kleden?

In de lente kan de temperatuur binnen één rit 8 tot 10 graden stijgen. Je vertrekt bij 9°C en komt terug bij 18°C. Kleed je je op de ochtend, dan ben je 's middags te warm; kleed je je op de middag, dan begin je te koud. Daarom draai je in de lente om meeneembare, uittrekbare lagen zoals armstukken, beenstukken en een gilet.

Heb ik een regenjack nodig in de lente?

Ja, neem in de lente altijd iets waterafstotends mee. Lentebuien komen onverwacht en trekken vaak snel over. Een opvouwbaar windjack of licht regenjack weegt weinig, past in de achterzak en maakt het verschil tussen doorrijden en schuilen.