Vijf temperatuurzones, elk met een concreet kledingadvies. Van vrieskou tot zomerhitte — dit is wat je aantrekt, en waarom.
Laagjes zijn essentieel. Begin met een thermoshirt direct op de huid. Handen en voeten koelen het snelst af — onderschat dikke handschoenen en goede overschoenen niet.
Volledig advies voor vrieskouNog koud genoeg voor volle winterkit. Verschil met vrieskou: een fietsjack in plaats van winterjack kan bij droog weer. Bij wind of regen toch voor het zwaardere jack gaan.
Volledig advies voor 5°CHet klassieke twijfelgebied. De meeste wielrenners kiezen hier voor flexibiliteit: armstukken en beenstukken die je onderweg kunt uittrekken als je opwarmt.
Volledig advies voor 10°CKort-kort is mogelijk, maar pak armstukken en een gilet mee. De ochtend voelt koeler aan dan de middag. Slim: neem altijd meer mee dan je denkt nodig te hebben.
Volledig advies voor 15°CKort-kort. Focus op ventilatie en vochtafvoer. Neem bij een vroege ochtendrit alsnog een gilet mee — de eerste kilometers zijn kouder dan je verwacht.
Volledig advies voor 20°CDe thermometer is het startpunt, niet het eindpunt. Dit zijn de vier dingen die écht bepalen wat je aantrekt.
Het startpunt van elk advies. Maar nooit het enige dat telt.
Wind verlaagt de gevoelstemperatuur aanzienlijk. Op de fiets sta je nooit stil.
20 km/u = −4°CNatte kleding isoleert niet meer. Bij regen schuift het advies een laagje strenger.
Altijd een laag extraRustige duurrit of hoge intensiteit? Je lichaam maakt zelf ook warmte. Meer inspanning = minder lagen nodig.
Wat staat er op de thermometer minus het windeffect. Dát is je startpunt, niet de weerapp.
Armstukken en een gilet passen in je achterzak. Je kunt ze uittrekken — aanrukken onderweg lukt niet.
Onder de 14°C altijd handschoenen. Overschoenen redden je bij wind en kou meer dan een extra shirt.
Drie dunne lagen isoleren beter dan één dikke. En je kunt er altijd één uittrekken als je opwarmt.
Voel je je te warm bij vertrek? Dat is goed. Na 20 minuten rijden zit het precies goed.
Nat = koud. Een lichtgewicht regenjack weegt niets, maar redt je rit als het toch gaat regenen.
Wanneer draag je armstukken in plaats van een jack? Wanneer zijn beenstukken beter dan een lange broek? Lees het per kledingstuk.
Bij 10°C draag je een baselayer, fietsshirt, armstukken en beenstukken. Handschoenen zijn aan te raden, zeker als het ook waait. Een gilet of licht jack in de achterzak is slim voor onderweg.
Onder de 18°C is een baselayer sterk aanbevolen. Hij voert zweet af van je huid en houdt je lichaamstemperatuur stabieler. Boven de 20°C kun je hem weglaten, maar een dunne mesh-baselayer is ook in de zomer comfortabel.
Wind verlaagt de gevoelstemperatuur aanzienlijk. Bij 20 km/u wind daalt de gevoelstemperatuur met 3 tot 5 graden. Reken dus altijd met de gevoelstemperatuur, niet met wat de thermometer aangeeft.
Onder de 10°C worden beenstukken oncomfortabel koud, zeker bij langere ritten. Kies dan voor een lange fietsbroek of bibtights. Tussen 10 en 15°C zijn beenstukken ideaal: flexibel en makkelijk uit te trekken.