De temperatuurgrens
Onder 14°C: altijd handschoenen.
De vuistregel is simpel: onder de 14°C zijn handschoenen standaard op de fiets. Handen koelen snel af op het stuur en worden na 20 minuten bijna onmogelijk weer op te warmen tijdens het rijden.
Tussen 14 en 18°C hangt het af van de situatie: vroege ochtend, felle wind of een lange rit zijn redenen om toch handschoenen mee te nemen. Boven de 18°C zijn vingerloze zomerhandschoenen nog zinvol voor grip en zweatabsorptie.
Waarom handen zo snel koud worden: Op het stuur bewegen je handen nauwelijks. Bloed en warmte stromen naar je werkende beenspieren. Na 20 minuten koude handen worden ze op de fiets bijna niet meer warm: stoppen en opwarmen is de enige oplossing.
0°C
Winterhandschoenen verplicht. Dikkere thermische handschoenen met winddichte buitenstof. Bij < -3°C: overweeg lobster-handschoenen.
Verplicht
5°C
Thermische handschoenen verplicht. Fleece-voering of thermische voering, winddicht.
Verplicht
10°C
Dunne handschoenen met vingers. Windafstotende buitenstof. Zeker bij wind harder dan 15 km/u.
Ja
15°C
Situatieafhankelijk. Bij vroege ochtendrit, wind of bewolkt: dunne handschoenen meenemen.
Meenemen
20°C
Vingerloze handschoenen. Alleen voor grip en zweatabsorptie op het stuur, geen warmtefunctie.
Optioneel
Overzicht per type
Welk type handschoen voor welk weer?
Niet elke handschoen is hetzelfde. Het type bepaalt voor welke omstandigheid de handschoen geschikt is, en een verkeerde keuze is erger dan helemaal geen handschoen.
> 18°C · Droog
Grip op het stuur, zweatabsorptie en bescherming bij een val. Geen isolatie. Ideaal voor warme zomerritten.
10 – 16°C · Droog/lichte wind
Lichtgewicht, windafstotend, goede voelrespons voor rem en versnelling. Het werkpaard van het overgangsseizoen.
0 – 10°C · Droog
Fleece- of thermovoering, winddicht buitenmateriaal. Warmer maar minder beweeglijk. Soms ook waterdicht.
Regen · Alle temps
Membraan binnenin (Gore-Tex of vergelijkbaar) houdt water buiten. Warmte afhankelijk van voering, check de spec.
< 0°C · Extreme kou
Gedeelde vingers houden elkaars warmte vast: maximale isolatie. Minder gevoel bij rem- en versnellingsbediening.
Onder andere handschoenen
Dunne innerhandschoen die onder winterhandschoenen draagt. Voegt warmte toe en houdt je droog bij transpiratie.
Praktisch
De juiste maat en pasvorm.
Een fietshandschoen die niet goed past doet zijn werk niet. Te groot: handschoenen schuiven op het stuur en geven minder grip. Te klein: beknelling vermindert de bloedsomloop: precies het tegenovergestelde van wat je wilt bij kou.
1
Meet de omtrek van je hand
Meet rondom de breedste plek van je hand (net onder de knokkels), zonder de duim. Gebruik die maat als leidraad bij de maattabel van de fabrikant.
2
Vingertoppen raken het uiteinde
In een goed passende handschoen raken je vingertoppen het uiteinde van de vinger zonder te kreuken. Ruimte over = te groot; niet raken = te klein.
3
Test de remrespons
Trek de handschoenen aan en doe alsof je remt. Je moet de remhendel goed kunnen voelen en doseren. Dikke handschoenen hebben soms te weinig voelrespons voor technisch rijden.
4
Polsband: stevig maar niet knellend
Een goede polsband houdt de handschoen op zijn plek en sluit de koude buiten bij de pols, een veelgemaakte koudebrug. Klittenband of elastiek moet strak maar niet knellend zitten.