Dit draag je bij 5°C, droog en weinig wind.
Bij 5°C gaat het om het laagjesysteem. Een goede basislaag is de sleutel: die voert zweet af zodat je niet afkoelt als de inspanning minder wordt. Voeg een isolerende laag toe en bescherm jezelf met een windproof buitenlaag.
Droog, nat of winderig: zo pas je je kit aan.
Bij 5°C maakt het weer een groot verschil. Droog en windstil is comfortabel te rijden met de basiskit. Voeg wind of regen toe en je kit vraagt aanpassingen.
Het verschil tussen warm en koud opwarmen zit in de baselayer. Investeer in een goed thermobaselayer: het is de laag die je beschermt als je inspanning varieert.
Bij 5°C en 25 km/u wind voelt het aan als -1°C. Voeg een gilet toe als kernwarmte-extra en dek je oren af.
Bij 5°C met regen koelt natte kleding snel af. Kies voor een waterdicht jack en vermijd merino in de onderlaag bij regen: synthetisch droogt sneller.
Rits je jack half open als je opwarmt bij een klim: beter even ventileren dan verzweet raken. Bij de afdaling direct weer dicht.
Waarom drie lagen werken en één dikke laag niet.
Bij 5°C varieer je als wielrenner veel in warmteproductie. Aan het begin van de rit ben je koud, na 10 minuten rijd je warm. Bij een lange klim zweet je, bij de afdaling sta je stil. Eén dik kledingstuk lost dit niet op, drie lagen wel.
Handen en voeten: het zwakke punt bij 5°C.
Bij 5°C zijn handen en voeten het eerst in de problemen. Je lichaam prioriteert warmte naar vitale organen: extremiteiten zijn de eersten die het afleggen. Begin de rit beschermd: handschoenen met dichte vingers, geen wanten (die beperken de grip op de remmen), en overschoenen.